vrijdag 6 maart 2015

De Hollandsche Spectator, Justus van Effen



Stapsgewijs een betere kennis
In de spectatoriale geschriften, de tijdschriften uit de Verlichting, bespotte de schrijver de samenleving waarin hij leefde. Verder werden er vaak discussies uitgelokt over gevoelige, nationale zaken. In de tijdschriften werden ingezonden brieven gepubliceerd, omdat de schrijver zo beter op de hoogte zou komen van de situaties in verschillende delen van het land. Ook had het tijdschrift een opiniepagina, waar de lezer verschillende meningen over een onderwerp kon lezen. Deze pagina moest ervoor zorgen dat de lezer ook over dit onderwerp na ging denken. Het spectatoriale geschrift had als doel om mensen, vooral arbeiders, voor te lichten, waardoor moeilijk taalgebruik werd vermeden. 

De Hollandsche Spectator was het eerste Nederlandse spectatoriale tijdschrift. Deze werd opgericht in 1731 in Amsterdam door Justus van Effen. 'Spectator' is een verwijzing naar het eerste Spectatoriale geschrift uit Engeland, 'The Spectator". Het betekent toeschouwer, aangezien de auteurs de samenleving observeerden. Door de problematiek van de burgerij te beschrijven, wilde Van Effen zijn lezers kritisch laten nadenken. Een voorbeeld hiervan is het onzorgvuldig begraven van mensen in de kerk. De kerken raakten overvol en door het herhaald optillen van stenen verzakte de vloer. Daarnaast sloten alle grafstenen niet aan. "Ziet men niet daaglyks met welk een vuile stank dat verrotte stof (want wat is een dood mensch anders) onze kerken vervullen, die den levendigen niet alleen gebrek van aandagt; maar ook zomtyds ziektens en ongemakken veroorzaakt?" (nummer 162 uit 1733). Uit deze ingezonden brief is het duidelijk dat burgers meer besef van o.a. hygiëne kregen. Voorheen was deze kennis er niet. Men wilde het liefst in heilige grond begraven worden om dichter bij God te zijn.

Tijdens de Verlichting waren er twee stromingen: het rationalisme en het realisme. Ratio betekend verstand en past perfect bij de Verlichting. Uiteraard is daarom het spectatoriale tijdschrift een typisch aspect dat bij de Verlichting hoort. Men geloofde namelijk dat je met het verstand, ervaringen en waarnemingen veel kennis kon opdoen. Je verstand kan de werkelijkheid analyseren, met waarnemingen die je gedachtes ondersteunen. Door ervaringen en waarnemingen van burgers uit het hele land openbaar te maken, hoopte Van Effen dat geheel Nederland kennis zou opdoen. Hij wilde Nederland 'opvoeden'. "Dat dit buitensporig misbruik ten hoogste bekwaam zy, inzonderheid in de heetste zomerdagen, uitwaasemingen uit den grond te doen stijgen zo gevaarlijk als verveelende, moet aan de geringste oplettentheid als baarblykelyk voorkomen." Deze inzending, ook uit nummer 162 uit 1733, beschrijft de mening en de waarneming van een lezer weer. Hij zegt dat het onacceptabel is om mensen in de kerk te begraven, met enige argumenten. Door deze brief in het tijdschrift te publiceren kan de rest van Nederland ook kritisch over dit onderwerp nadenken.

Ook bestaat er godsdienstig rationalisme, deïsme genoemd. Verlichte denkers geloofden wel dat er een Opperwezen bestaat, maar dat het zinloos is hem te eren met een godsdienst. Om deze reden werden alle godsdiensten gelijkwaardig gezien. Men geloofde ook dat een persoon verantwoordelijk was voor zijn eigen geluk. ''IK hebbe in uwe Schriften zooveel rekkelykheit bespeurt omtrent de verscheidene gevoelens in den Godsdienst, dat ik niet twyfele of UE zal kunnen goed vinden myne bedenking in uw papier in te lasschen over zekere Schriftuurplaets, die ik oordele dat te veel misbruikt wordt.'' (nummer 162 uit 1733). Zoals te lezen is, twijfelt deze burger over het bestaan van een godsdienst. 

De Hollandsche Spectator had in geen andere periode zo goed gepast als in de Verlichting. Men begon door hun gezonde verstand te gebruiken steeds meer kennis op t doen. Zo werden ze optimistischer, kritischer en mondiger. Met goede kennis zal men goede handelingen maken.

dinsdag 3 maart 2015

Fidessa, Louis Couperus

Lees hier zelf 'Fidessa'
Recensie inclusief samenvatting

"Het bos is groot, en ik weet de weg niet."
De tijd van het sprookje is nog niet dood, het moet echter herleefd worden om voort te blijven bestaan. De meest bekende sprookjes blijven immers van de Gebroeders Grimm, zoals Roodkapje en Sneeuwwitje. De meeste mensen zullen op de Gebroeders Grimm en/of Hans Christian Anderson opnoemen wanneer je ze vraagt wie bekende sprookjesschrijvers zijn. Echter is er ook nog een Nederlandse auteur wiens werk geprezen mag worden: Louis Couperus. Zijn 'Fidessa' mist alleen een 'Once upon a time' en 'lived happily ever after'.

De sprookjesachtige vormgeving van het verhaal over een nimf-mensrelatie is grotendeels te danken aan de schrijfwijze die een nauw verband toont met het impressionisme. Het verhaal begint met zo ontzettend veel gedetailleerde omschrijvingen van de weide en het inktbos dat het moeilijk is om grip te nemen op het verhaal. Echter is dit niet vervelend, aangezien het indrukken en gevoelens oproept. "Geluid van muziek trillerde op, of snaren de manestralen waren, snaren van etherische, luchthooge harp, waarover de nimfehandjes dwalen." (blz. 7) Daarnaast worden er in dit sprookje ook neologismen gebruikt, 'slaken' bijvoorbeeld, wat ook vaak bij het impressionisme wordt gebruikt om gevoelens zo nauwkeurig mogelijk uit te drukken.

Verder is het fatalisme terug te vinden, wat erg bekend is bij naturalistische werken. "Het beest harer verschrikking; het beest, dat spookte in haar dromen... Maar zonder den schrik van het inktwoud, en zonder den sneeuwblanken Eenhoorn, hadde zij in haar nimfeleven Sans-Joye nooit ontmoet! Was de Eenhoorn haar dan niet een noodlot geweest van de teederste, onmisbaarste innigheid?" (blz. 49) De nimf gelooft dat het noodlot bovennatuurlijk is waar niemand invloed op kan hebben. Om die reden is het sprookje beter bij de neoromantiek in te delen. "Allerliefst noodlot, murmelde zij. Allerliefst noodlot! Lief, aanbiddelijk noodlot! Hoogste van goden, ontfermende almacht, gezegend, gezegend." (blz. 54) Ondanks de 'ruwe mensen' en de nimfen totaal andere wezens zijn worden Fidessa en Sans-Joye in zeer korte tijd verliefd. Het is een tragische liefde, aangezien de nimfen naakt zijn en de mensen gepantserd. Volgens de mensen is naaktheid een zonde, de grootste reden waarom de twee geliefden hun leven niet samen kunnen spenderen.

Dit sprookje wordt vooral gekenmerkt in de neoromantiek door de mythologische wezens en de fantasievolle omgeving. Verder is het typisch romantisch door de eenzaamheid die Fidessa voelt wanneer zij verdwaald is en het verzet tegen de maatschappij. Fidessa zet haar leven op het spel om een pantser te dragen, maar wordt vooralsnog door de mensen als een boze geest gezien. Door de andere dorpelingen kunnen de geliefden elkaar niet zien, waarna Sans-Joye uiteindelijk overlijdt.

Al met al dus geen 'lived happily ever after', maar desondanks is 'Fidessa' een prachtig sprookje. Couperus heeft zijn volle fantasie geuit. Door zijn prachtige taalgebruik komen de personages, de weide en het inktbos tot leven. Zo zie je maar dat sprookjes niet alleen voor kinderen zijn.

maandag 2 maart 2015

De geruchten, Hugo Claus

Samenvatting
Positieve recensie
Negatieve recensie
Over Hugo Claus

Wie hoort, die vertelt
René Catrijsse is de zoon van Alma en van Dolf, maar hij weet niet dat zijn biologische vader Hèm is. Hij heeft een broer, Noël, die wel de zoon van Dolf is. Ook de lezer weet erg lang niet beter dan dat Dolf René's vader is. Echter geeft Hugo Claus wel een kleine, onopvallende hint weg. "Alma heeft dezelfde kille, lichte ogen als René. Haar andere zoon Noël, mijn andere zoon, heeft mijn ogen. Ook mijn karakter helaas." (blz. 14)

Volgens Dolf ziet René er 'verlept' uit wanneer hij na drie jaar niks van zich te laten horen terugkeert naar zijn ouderlijk huis. Praten lijkt hem moeite te kosten. Hij heeft de eerste avond na thuiskomst slechts drie zinnen met Dolf gedeeld en wat hij zei was onverstaanbaar. René heeft zijn ouders abrupt verlaten waarvoor Dolf nog steeds boos is. Dolf weet daarbij ook dat zijn thuiskomst alleen maar problemen op gaat brengen, maar toch is hij gelukkig om hem weer te zien. "Wij zijn te goed dat we niet deugen, Noël en ik. Ze schijten op onze kop en we zeggen nog: Merci." (blz. 14) Dolf beschrijft zijn herinneringen aan René als "een zenuwpees, een kwaadaardige gevaarlijke jongen, en tegelijkertijd deze persoon, een verwilderde, uitgebluste man die zijn vader nauwelijks had aangekeken en meteen in de rieten zetel was geploft waarin hij nu zat." (blz. 10)

Het boek is opgedeeld in allemaal kleine hoofdstukken, met als titel steeds de naam van een personage. Die personage is dan de ik-persoon wiens ervaringen en overtuigingen je volgt. Uiteraard gaan de meeste geruchten over de zieke René, maar René's visies komen relatief weinig aan bod. Daardoor is er vrij weinig over zijn avontuur in Afrika bekend en is het niet duidelijk of hij een virus heeft meegenomen. Door vele dorpsgenoten wordt René als boosdoener gezien, al van vroegst af aan een rotkind die gemakkelijk aansprakelijk voor de onrust kan zijn. Hij wordt verdedigd door zijn moeder, maar een moeder zal altijd de kant van haar zoon kiezen. Als lezer geloof je steeds meer dat René schuldig is voor alle plotselinge doden. Pas als je bijna bij het eind gekomen bent, realiseer je dat je René's versie van het verhaal nog niet duidelijk gehoord hebt. Je begint je af te vragen of de geruchten geloofwaardig zijn. René's directe omgeving, Alma en Noël bijvoorbeeld, raakt niet besmet en de anderen die ziek werden overleden zeer snel. René blijft daarentegen relatief lang leven, is erg zwak maar nog wel in staat om zijn bed uit te komen.
Je begint te geloven dat René's hart op een goede plek staat, maar er blijven nog steeds geruchten  over hem rondgaan en komt wederom zelf weinig te woord. "Er zijn geruchten. De agenten van de Veiligheid zijn formeel, zij zeggen tegen mij: "René is een vogel voor de kat, hij leeft niet meer gaarne, maar voordat hij d'r onderuit gaat, is hij tot alles in staat! Zoals zijn moeder!"" (blz. 182) Ook al is deze citaat op een negatieve toon weergeven, uit het de liefde van René die te zien is naar Alma en Julia. Hij is ziek en weet dat hij niet lang te leven heeft, waarvoor hij kiest zijn deel van de diamanten te geven aan zijn moeder en zijn maîtresse.







maandag 5 januari 2015

De pupil, Harry Mulisch


Het karakter van Mulisch overal


Harry Mulisch was een uniek man. Hij was dan ook immers de Tweede Wereldoorlog; “Ik heb de oorlog niet zo zeer ‘meegemaakt’, ik ben de Tweede Wereldoorlog.” Zijn moeder was Joods en zijn vader kwam uit Oostenrijk. Dankzij het beroep van zijn vader, een functie bij een bank die samenwerkte met Duitsers, werden Harry en zijn moeder niet opgepakt. Dit heeft veel invloed gehad op zijn werk. Hij realiseerde zich dat niet alles bestempeld kon worden met ‘goed’ of ‘slecht’.

In 1975 schreef Mulisch zijn autobiografie Mijn getijdenboek. Ook over De pupil wordt gespeculeerd dat het verhaal licht autobiografisch is. De hoofdpersonage heeft Mulisch geen naam gegeven. Die realiseert dat niemand hem ooit om zijn naam heeft gevraagd, omdat hij bekend staat als ‘Il pupillo’. Daardoor is het voor iedereen vrij interpreteerbaar of dit verhaal gedeeltelijk over Mulisch zelf zal gaan of niet. Er zijn enkele argumenten die hier voor- en tegenstemmen.

Allereest is het verhaal een terugblik van een oude man. Op de laatste bladzijden is te achterhalen dat hij het verhaal schreef in 1986 op zestig jarige leeftijd, dezelfde leeftijd die Mulisch dat jaar had.

Daarnaast is het grote thema van ‘De pupil’ het schrijverschap. Het boek behoort tot de absurdistische literatuur, waarin de mens niet kan ontsnappen aan zinloze en onverklaarbare situaties. Een overduidelijk voorbeeld daarvan is de verdwijning van Mme. Sasserath. Vanaf hoofdstuk XVI wordt duidelijk dat ook ‘Il pupillo’ een absurdistische schrijver zou kunnen zijn. Hij beschrijft de mensen die onverklaarbaar naar beneden komen in de stoeltjeslift, hij en Mme. Sasserath waren immers de eersten die naar boven gingen. Hij benoemt onder andere “aziatische monniken in oranje” (blz. 90) en “die man met dat half verbrande gezicht” (blz. 91). Deze ‘hallucinaties’ over toekomstige  personages van hem passen perfect bij het motto van het boek door Michelangelo: “De grootste kunstenaar kan niets verzinnen dat niet vooraf al in steen bestaat, maar als zijn hand niet met zijn geest meegaat zal hij het nooit van 't ruwe marmer winnen.”[2]

Als auteur kan Mulisch zich gedragen als God. Hij creëert personages en bepaald hun lot. Als een van de Grote Drie wilt hij niet de werkelijkheid weergeven, maar de werkelijkheid doorgronden. “Alles is met elkaar in verband, toeval bestaat niet” [2] Dit besef heeft de hoofdpersoon duidelijk ook: “Ik stelde geen belang in wat dichtbij was, alleen in wat veraf was, het verste – zo ver dat ik het zelfs niet kon zien. Precies daarom wilde ik schrijven.” (blz. 36).

De beste tegenwerping aan de gedachte dat De pupil autobiografisch is, is dat Mulisch niet in mei 1945 vertrok naar Italië. Verder is Alphonse Sasserath niet de uitvinder van de veiligheidsspeld, aangezien die in 1849 opnieuw werd uitgevonden door Walter Hunt. Mme. Sasserath zou gelogen kunnen hebben over haar succes, maar hoogstwaarschijnlijk is het verhaal fictie.

Ook in De pupil toont Mulisch het besef dat er geen verschil is in goed en slecht. De verdwijning van zijn ‘muze’ is uiteraard schokkend en leidde tot beschuldigingen voor moord. Hierdoor koos hij ervoor zijn geliefde Italië achter te laten en terug te keren naar het koude Holland: “dat was de prijs die ik moest betalen voor het feit dat een schrijver allereerst in een taal woonde en daarmee was overgeleverd aan het bijbehorende land.” (blz. 122). Daarentegen was deze ervaring wel voorspoedend, aangezien il pupillo hierdoor een carrière als schrijver kreeg, de beloning die Mme. Sasserath met zichzelf had betaald.


  1. S. Juchtmans / Het stenen bruidsbed van Harry Mulisch / in: http://www.ethesis.net/mulisch/mulisch.htm / 4 januari 2015
  2. http://recensies.infonu.nl/kunst-en-cultuur/48292-boekrecensie-de-pupil-harry-mulisch.html
  3. http://educatie-en-school.infonu.nl/samenvattingen/3474-boekverslag-de-pupil.html
  4. http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/20ste/auteurs/lg20033.html
  5. http://nl.wikipedia.org/wiki/Veiligheidsspeld

zaterdag 20 december 2014

Dubbelspel, Frank Martinus Arion

Een schoen en de dood voor de verliezer

Een dominospel waar geheimen onthuld worden en (zelf)moord tot gevolg hebben. Bij enkel het lezen van de achterflap ontwaakt er een grote interesse om het boek direct aan te schaffen. Dit meesterwerk van Frank Martinus Arion is een meeslepen verhaal.

Vier mannen, die eigenlijk helemaal geen vrienden van elkaar zijn, komen elke zondag bijeen voor een potje domino. Dit doen ze op het erf van Baboe, die getrouwd is met Nora waarmee hij in totaal zestien kinderen heeft gehad. Verder bestaat het kwartet uit Manchi, die getrouwd is met Solema, Janchi en Chamon. De echtgenotes hebben een verhouding met de twee vrijgezellen, Janchi en Chamon, zonder dat hun man er vanaf weet. Op een doodnormale zondagmiddag lijkt er niks aan de hand te zijn, totdat Boeboe en Manchi zwaar verliezen. Ironisch gezien is het verliezende duo gevormd uit de twee bedrogen mannen.

Voor alle geïnteresseerden is dit boek het echt waard om je tijd mee te verdoezelen. Arion begint gemakkelijk en hoe het (eigenlijk) hoort: bij het begin. Voor kennismaking met de personages geeft Arion je vooraf een gedetailleerde beschrijving, zonder dat de lezer zijn interesse verliest door langdradigheid. Elk personage heeft andere karaktereigenschappen waardoor het eenvoudig is om met een van deze personen mee te leven. Dat wekt emotionele spanning op, je wilt immers weten hoe het met hem afloopt. Als er verder gelezen wordt, is het mogelijk dat je voorkeur naar personage verandert. Velen zullen Manchi in het begin minachten, omdat hij zijn vrouw slecht behandeld. Later, tijdens het dominospel, zijn zijn gevoelens uiterst herkenbaar: “Maar, verdomme, als hij naging hoe vaak ze deze middag verloren, terwijl hij soms toch juwélen van stenen had, dan kon hij toch ook niet zeggen, dat het aan de sténen lag! Waar lag het dan wel aan?” (bladzijde 296).

De morele normen en waarden worden streng aangesproken in het boek, wat leidt tot emotionele hechting met niet alleen de mannen, maar ook de echtgenotes. Nadat Manchi ontdekt heeft dat zijn vrouw overspel heeft gepleegd met een jonge rechter, laat hij haar dagelijks vijf gulden betalen, het bedrag van een inlandse hoer. Ondanks het feit dat Solema in Europa heeft gestudeerd komt ze niet voor zichzelf op, wat je als lezer wel aanmoedigt. Dan is er ook nog Nora, die zichzelf verkoopt om haar vele kinderen te kunnen onderhouden. Boeboe is namelijk erg lui en zijn verdiensten als taxichauffeur geeft hij al snel aan zichzelf uit. “Nora werd schoonmaakster op het vliegveld en hun gezin, dat toen uit negen kinderen bestond, draaide. Hij, Boeboe Fiel, kreeg in het ziekenhuis alles wat hij nodig had, maar na een tijd kwam hij te horen, dat Nora het met een douanebeambte van het vliegveld hield. Het geld dat ze had, kwam dus niet alleen van haar werk als schoonmaakster.” (bladzijde 283). Overspel en getrouwd zijn met een prostituee zijn hedendaags pijnlijke onderwerpen, maar in deze context laat Arion goed zien dat Nora het uit uiterste noodzaak doet. 

Voor de onwetende lezer is het wellicht ook interessant om te weten, dat het boek als zeer realistisch beschouwd kan worden. Domino is in Nederland een onpopulair kinderspelletje, maar in Curacao, waar het verhaal zich afspeelt, wordt het uiterst fanatiek gespeeld. Wat de lezer vast ook onwaarschijnlijk vindt, is dat zelfs een geheel voetbalspel wordt gestaakt zodat men naar het dominospel komt kijken. Aangezien Curacao maar een klein land is worden ‘once in a lifetime’ gebeurtenissen snel aangelokt. Het gehele boek had zonder toeval geen fictie hoeven zijn. Als je eraan denkt is alles wat beschreven wordt reëel, ook het feit dat Manchi op een heuvel woont. In het boek wordt duidelijk beschreven dan Manchi streeft naar status en aanzien. Dat is de reden waarom hij zijn vrouw niet kwijt wilt raken, zij heeft immers gestudeerd. In Curacao is het leven op een heuvel symbolisch; het geeft status en aanzien, precies waar Manchi naar streeft. Wat ook symbolisch is, is dat Arion ervoor heeft gezorgd dat het lezen van ‘Dubbelspel’ in totaal twaalf uur duurt. Het verhaal speelt zich in het geheel af op een dag, van zonsopgang tot -ondergang. Een dag op Curacao is in totaal ook twaalf uur. De lezer heeft dus mentaal een hele zondag in Curacao doorbracht. 

Zo zie je maar dat boek veel meer waarde heeft dan je aanvankelijk dacht. Er wordt niet alleen op emoties, symbolisme en morele normen en waarden ingegaan, maar ook in de politiek. Het was de intentie van Arion om ook zijn politieke standpunt in het boek te verwerken, aangezien daar veel discussies over waren toen hij het boek schreef. Omdat Curacao een kolonie was van Nederland, verwacht je dat dit een rol zou spelen. Arion: “'Nederland, de kolonisator, is irrelevant in het boek. Ik had niets met Nederland te maken en nu nog niet!”. Arions standpunt is in het boek erg duidelijk geworden. In slechts één alinea komt er iets kenmerkends van Nederland voor. Als Nora naar Solema gaat om geld, kijkt een Nederlander haar na. Ze blijkt echter geen interesse te tonen. 

Hiermee heeft Arion nog een intentie behaald. Hij wilde ‘de lagere klasse literair introduceren, interesse opbrengen voor de minder gefortuneerden’. Door alle focus te leggen op de vier heren en hun omgeving is er geen enkel welvarend personage te herkennen. Uiteraard is de ene personage minder welvarend dan de ander, maar hiermee wordt de wanhoop van Nora realistischer. 

Al met al is ‘Dubbelspel’ een machtig verhaal waar Arion trots op mag zijn, en dat is hij ook! Al van begin af aan wist hij dat het een goed boek was. Wellicht heeft hij dit te danken aan zijn strategie: “'Je moet de taal waarin de burger zich lekker voelt afbreken. Je moet hem zich niet vertrouwd laten voelen, omdat hij jouw boodschap niet wil laten overkomen.”

Samenvatting 

Over Frank Martinus Arion


Bronnen van recensies en citaten
Auteur onbekend / Heimwee naar broeierig Curacao / Dagblad van het Noorden in:

J. van Galen / Politieke Dubbelspel / De Groene Amsterdammer  in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#2_S_dubbelspel / 20-10-2006

W. Roggeman / Van der Hoogtprijs voor Frank Martinus Arion / De Nieuwe Gazet in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#2_S_dubbelspel / 17-06-1974

H. Leys / Curacao vertelt / De Standaard in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#2_S_dubbelspel / 12-04-1974

M. Ferguson / Martinus Arion laat posities van bovenaf bezien / Het Vaderland in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#2_S_dubbelspel / 05-10-1973

H. Pos / Dubbelspel : vol vitaliteit : leven op Curaqao goed beschreven in de eerste roman van Frank Martinus Arion / Het Parool in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#2_S_dubbelspel / 11-08-1973

dinsdag 11 november 2014

Van den vos Reynaerde, Willem die Madocke maecte


Sluwe vos al eeuwen een hit

Hedendaags zijn moord, misdaad en overspel populaire literaire thema’s. Wat echter voor vele onbekend is, is dat men al zo vroeg als 1250 hiervan genoot, zoals blijkt uit ‘Van den vos Reynaerde’. De werkelijke identiteit van de schrijver is onbekend, maar we weten zijn voornaam en dat hij ook Madocke schreef. Vandaar noemen we hem: ‘Willem die Madocke maecte’.

Reynaerde is een grote schurk die talloze misdaden gepleegd heeft. Als de bevolking samenkomt op de hofdag van de koning is het daardoor niet opmerkelijk dat hij niet is op komen dagen. Tijdens deze hofdag klagen velen bij de koning en smeken hem Reynaerde te stoppen. Koning Nobel stuurt Bruun op pad om hem te dagvaarden. Met een slimme list weet Reynaerde van hem af te komen, waarna Tibeert op komt dagen. Na hem ook te hebben bedrogen, komt de derde (en de laatste) dagvaarding van zijn neef Grimbeert. Wetende dat na de derde dagvaarding hij vogelvrij wordt verklaard, gaat Reynaerde mee naar het hof. Hier overtuigd hij de koning ervan dat onder andere Bruun een staatsgreep plande. Deze zou gefinancierd worden door een schat, die Reynaerde heeft verstopt. De koning trapt in de val en laat Reynaerde onder toezicht vertrekken, op zoek naar de schat.

Op het eerste gezicht lijkt het een spannend verhaal, maar het is niet als je denkt. De titel hint al dat de hoofdpersonen dieren zijn. Willem is niet de eerste die zijn hoofdpersonen zo indeelde, maar wel de bekendste. Door de introductie van de boekdrukkunst en de televisie is het nauwelijks meer te verbeelden, maar dit verhaal moest door analfabetisme worden voorgedragen en werd mond op mond doorverteld. Pas jaren later is dit verhaal opgeschreven. Destijds was het daarom voor de auteur belangrijk, dat het verhaal erg gemakkelijk te onthouden moest zijn. Dit deed Willem door zijn verhaal te laten rijmen. Ook helpt het dat de hoofdpersonen dieren zijn. De vos staat symbolisch voor schuw en slecht, dus moet hij uiteraard de hoofdpersoon zijn.

Voor Willem was dit verhaal niet geheel een manier om zijn fantasie te uiten. Het was zijn intentie om de maatschappij te bespotten. Immers was er in zijn tijd, de Middeleeuwen, een groot verschil in sociaal aanzien. Men leefde of in een kasteel, of in een klein onderdak in een ondraaglijke stank. De maatschappij bespotten ging toen niet onbestraft. Willem kon uiteraard geen pseudoniem gebruiken, want hij moest de verhalen vertellen waardoor hij herkend zou worden. Het is daarom geniaal om dieren als hoofdpersonen te gebruiken. Iedereen weet waarop hij doelt, maar als hij erop wordt aangesproken kan hij zeggen dat het slechts fictie is. Daarnaast zal hij in geen enkel geval aangesproken worden, omdat in dat geval de adel zelf zijn zonden toegeeft. Bijvoorbeeld: als de koning vindt dat Koning Nobel met hem vergeleken wordt, geeft hij zelf toe dat hij deze personage is en erg egoïstisch. 

Niet alleen de maatschappij van toentertijd word bespot, maar ook de hedendaagse morele waarden. De streken van Reynaerde zijn onacceptabel en van het ergste soort. “En dan heeft die sadist mijn arme kinderen bepist, terwijl ze in hun nestje lagen. Twee blijven de gevolgen dragen: zij zijn sindsdien volkomen blind!” (bladzijde 11) De kinderen van de wolf zijn blind geworden, wat niet onwaarschijnlijk is omdat de urine van een vos erg zuur is. Ook heeft hij vele moordpogingen gedaan, met succes bij de kip Coppe. Moord en verkrachtingen zijn op deze dag ernstige criminele misdrijven waardoor de crimineel jarenlang het gevang in moet. Verder is een veel voorkomende misdaad van Reynaerde oplichting. “Vijands praat is valse praat!” (bladzijde 15)

De meeste mensen denken dat de Middeleeuwse dorpsbevolking absoluut niet intelligent is, maar Willem laat zien dat hij toch voldoende kennis kan uiten. Als een lezer met kennis van taalkunde het verhaal leest, zal hem de volgende woordspelingen opvallen. Veel dieren hebben namelijk een naam gekregen die hun karakter beschrijft. Cuwaert de haas bijvoorbeeld, wiens naam lafaard betekend. Daarnaast heet de verkrachtte vrouw van de wolf Hersint, wat ‘ze heeft er wel zin in’ betekend. Ook de valse beloften van Reynaerde kunnen op twee manieren worden opgevat. “Ik heb iets met haar bedreven dat ik liever vóór mij had dan achter mij.” (bladzijde 62) zegt Reynaerde over de verkrachting. Je zou allereerst denken dat hij zijn fout inziet, echter kan het ook betekenen dat hij het graag opnieuw zou willen doen.

Als deze zin- en woordspelingen zijn moeilijk te vinden, omdat ‘Van den vos Reynaerde’ een gedicht is. Uiteraard bevat het ouder taalgebruik en is het daardoor voor de meeste mensen totaal onleesbaar. Daardoor wordt vaak de vertaling gelezen, wat desondanks nog steeds rijmt. Zelfs eeuwen later biedt het rijmschema een leesplezier en blijft het makkelijk te volgen.

“Op een koude winterdag 
vond ik Isengrin. Hij lag 
bij Belsele onder een boom 
en was, beweerde hij, mijn oom.” (bladzijde 77)

Ondanks het feit dat ‘Van den vos Reynaerde al ruim 700 jaar bestaat is het nog altijd populair. Niet alleen voor letterkundigen, maar ook voor scholen. Op het middelbaar onderwijs wordt het op sommige scholen zelfs voor twee vakken gelezen, Frans en Nederlands. Daarnaast wordt het verhaal in grote lijnen zelfs in kleuter- en basisscholen behandeld. Dit wordt gestimuleerd door de ‘Belgische Reynaerde genootschap’, die voor de kinderen allemaal bijbehorende spellen hebben bedacht. De jongste literatuurvorm kan dur eeuwen later nog steeds vele mensen fascineren.


Over de auteur

Samenvatting



Bronnen van recensies en citaten
R. van den Berg / Die eeuwige streken van Reintje de vos / Nederlands Dagblad in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#1_S_van%20den%20vos%20reynaerde / 05-11-2010

V. de Donder / Leest de subtiele waarheid over Den fellen metten grijsen baerde / De Standaard in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#1_S_van%20den%20vos%20reynaerde / 21-09-1991

J. van Damma / De oude Reynaerde is weer onder ons / Provinciale Zeeuwse Courant in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#1_S_van%20den%20vos%20reynaerde / 20-09-1991

A. van Nimwegen / Rainaerde van Jonckheere komt niet verder dan dorpsniveau / Utrechts Nieuwsblad in: http://thuis.nbdbiblion.nl/IndexJs?#1_S_van%20den%20vos%20reynaerde / 13-01-1979

Roel Zemel / Roel Zemel: de dichter en de vos / in: http://literatuurensamenleving.nl/?page_id=4324 / maart 2013

W. Verniers / Van den vos Reynaerde naar het Comburgse handschrift / in: http://www.reynaertgenootschap.be/files/boekje%20Van%20den%20Vos%20Reynaerde.pdf
/ 2012


maandag 2 juni 2014

Karakter, Ferdinand Bordewijk

Inhoudelijk verslag
Jacob Willem Katadreuffe werd geboren toen zijn achttienjarige moeder, Jacoba Katadreuffe, een verhouding kreeg met A.B. Dreverhaven. Ondanks het feit dat Dreverhaver zijn moeder een huwelijk een financiële steun aanbood,  wilde zij niet erkennen dat hij de vader van haar zoon is. Een onecht kind werd in deze tijd als schandelijk gezien, maar iedereen vond Jacoba een fatsoenlijke vrouw, niet wetende dat zij zelf besloot niet te trouwen. Jacob groeide op in een arme wijk. Hij bleef nog lang bij zijn moeder wonen, aangezien hij geen goede baan had om voor zichzelf te zorgen. Uiteindelijk kocht Jacob een sigarenwinkel, waarvoor hij geld bij de bank leende. Hij wist niet dat zijn vader daar deurwaarder is. Hij gaat snel failliet en houdt een grote schuld over, waardoor hij weer bij zijn moeder moet wonen. Hij moet naar een advocaten- en rechtskantoor voor het faillissement. Omdat Jacob geen waardevolle bezittingen heeft, worden de kosten opgeheven. Na dit bezoek krijgt hij een levensdoel: advocaat worden. Echter komt hij erachter dat zijn vader in hetzelfde kantoor werkt. Dreverhaven vraagt telkens zijn faillissement aan. Hij maakt namelijk geen uitzondering voor zijn zoon. Hij beschouwt hem gelijk als de rest, omdat hij nooit de kans heeft gekregen om zijn vader te zijn.

Over F. Bordewijk (1884-1965)
Bordewijk is geboren in Amsterdam, onder de naam Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emiel Bordewijk. Dit is een hele mond vol, dus het is niet apart dat hij later zijn reeks voornamen wettelijk heeft veranderd naar: Ferdinand. Hij verhuisde op tienjarige leeftijd naar Den Haag. Na vele verhuizingen keerden hij en zijn gezin toch steeds terug naar Den Haag. Er is een gerucht dat Ferdinands vader na hun zoveelste verhuizing zei: "Volgens mij heb ik hier al eens gewoond."

Toen Bordewijk het voortgezet onderwijs had afgerond, ging hij rechten studeren in Leiden. Met deze studie kan Bordewijk prachtig meeleven met de hoofdpersoon uit 'Karakter'. Hij weet zelf hoe het er in de advocatenwereld aan toe gaat, en dat kan hij prachtig verwoorden.

Zijn woonplaatsen hebben duidelijk invloed gehad op zijn schrijfcarrière. Zo heeft het advocatenkantoor waar hij werkte in Rotterdam hem geïnspireerd voor het boek 'Karakter'. Later, van 1919 tot 1920, was hij ook in Rotterdam docent in handelsrecht. Deze handelsschool vormde de omgeving in zijn roman 'Bint'. De terugkerende persoonlijke motieven zijn opmerkelijk, aangezien Bordewijk zijn werk en privéleven sterk scheidde.

Bordewijk schreef verschillende werken onder de pseudoniemen 'Emile Mandeau' of 'Ton Ven'.

Interbellum
Bordewijk leefde in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Deze periode begon bij de Vrede van Versailles in 1919 tot ongeveer 1933 toen Hitler aan de macht kwam. Het is duidelijk dat er in deze tijd veel politieke en economische onrust heerste. In de literatuur kwam er een nieuwe stroming; de 'Nieuwe Zakelijkheid'. Bordewijk schreef ook volgens deze stroming, wat is terug te zien in 'Karakter'. Bij deze stroming hoort een schrijfstijl met korte, beknopte zinnen. Details werden weggelaten.

Brief van Bordewijk naar Katadreuffe

Geachte J. Katadreuffe,

Nooit had ik gedacht dat ik zo over je zou schamen. De meeste mensen zijn trots op je, maar ik weet wat er in je hoofd speelt. Zelfs toen je vader de woorden uitsprak: "Laat de laatste Dreverhaven een Katadreuffe zijn." Iedereen is er positief over dat je je dromen hebt gevolgd. Ik weet het, maar je moet zelf ook weten, diep van binnen, dat je iedereen als een egoïstische schoft hebt gebruikt.

Het begon met je moeder, je lieve moeder. De vrouw die je leven gaf en niks van niemand aannam. Geen huwelijk, geen financiële steun en zelfs geen kraamhulp. De gesprekken tussen jullie lopen moeizaam, maar je verwijt jezelf niks. Aandacht schenken is aandacht krijgen. Jaren heb je als luie puber van haar centen geleefd, zelfs toen ze het zo zwaar had. Je moeder maakt haar uren, terwijl jij boeken zit te lezen. Als je dan eindelijk je eigen zaak begint, begin je haar te missen. Iedereen heeft medelijden met je, maar je bent gewoon niet gewend om je eigen problemen op te lossen. Zelfs toen jij dat arme jongetje sloeg heeft zij alles opgegeven om voor jou te verhuizen. Er zijn nog vele andere voorbeelden die ik kan opnoemen, waar jij onterecht de medelijden krijgt en je moeder de afkeuring.

Kan je je Lorna te George nog herinneren? Die lieve, domme meid, die zo veel sympathie voor je had? Haar had je ook gebruikt. Je kon het niet schelen dat ze weg was, maar daarna mis je haar weer. Zo behandelde je je moeder ook. Met pijn in haar hart nam ze ontslag van een mooie baan. Dat is jouw schuld.

Je weet zelf ook dat je een schande bent. Je hebt wat moois van je leven gemaakt, maar je lelijke persoonlijkheid zal je altijd blijven achtervolgen. Ik ga mijn tijd niet verspillen om het over al die anderen te hebben. Denk zelf maar aan al die mensen die je kwaad hebt gedaan, en hoop dat je 's avonds nog slapen kan. Gedenk ook je ouders, die altijd het beste voor je wilden. Het is schandelijk dat je hier pas achter kwam toen je het spaarbankboekje vond.

Getekend,
Ferdinand Bordewijk



Brief van Katadreuffe naar ...

Geachte heer/mevrouw,

Als u deze brief vindt, lucht het mijn hart op, ook al kan het zijn dat ik al in mijn graf lig. Met hoop voor de toekomst heb ik dit kistje met deze brief begraven. Niemand wilt mijn mening horen. Het is zelfs zo, dat als ik erover uit kom, dat mensen mij als schoft beschouwen.

Mijn naam is Jacob Willem Katadreuffe. Mijn achternaam komt van mijn ongehuwde moeder. Ik ben dus een bastaardkind. Mensen denken dat mijn moeder wel gehuwd is en mijn vader ons heeft verlaten. Dit is echter niet waar. Toen mijn moeder zwanger was koos ze er zelf voor niet met mijn vader te trouwen. Volgens velen heb ik de moed van mijn moeder, maar diep in mij voel ik grote angst en onzekerheid. Als mensen erachter komen dat ik een onecht kind ben, zal niemand mij meer aannemen. Ik ben arm geboren en zal dan nog armer sterven. Dit vind ik hoogstens belachelijk. Mijn moeder is een geliefde en inspirerende vrouw. In mijn ogen staat zij boven de Goden, omdat ze haar eigen keuzes kon maken en zichzelf tegen de regels kon verzetten. Ze heeft mij fatsoenlijk opgevoed. Ik ben gezond, slim en heb veel doorzettingsvermogen. Er is dus helemaal niks mis met mij. Ik hoop dat in de toekomst mensen realiseren dat ik net als iedereen een mens ben, niet een bastaard.

Verder is mijn wens voor de toekomst, dat iedereen een opleiding kan verkrijgen. Er mag geen onderscheid gemaakt worden in arm en rijk. Zoals ik al eerder heb genoemd, ben ik opgegroeid zonder veel geld te hebben. Ik had niet de mogelijkheden om te studeren, zonder enorme schulden eraan over te houden. De enige baan die ik kon krijgen, was als loopjongen. Hier had ik absoluut geen behoefte aan. Later, toen ik mijn eigen sigarenzaak begon, had ik te weinig kennis waardoor ik failliet ging. Maar geluk bij een ongeluk, dat faillissement was het beste dat me ooit is overkomen. Nadat ik naar het advocatenkantoor ben gegaan, ben ik hogerop gekomen. Ik begon klein, met typen en stenografie. Ik leerde snel, wat niet onopgemerkt was. Nu kan ik met trots zeggen dat ik advocaat ben. Dit bewijst weer, zonder vader en zonder goede opleiding, dat ik niet minder ben dan de rest. Iedereen is gelijk en moet daarom dezelfde kansen verkrijgen. Er zijn nog vele andere kinderen die kunnen bloeien tot iemand die een serieuze bijdrage kan leveren aan de maatschappij.

In een perfecte samenleving zie ik dat iedereen gelijk is, ongeacht zijn afkomst.

Met vriendelijke groet,
Jacob Katadreuffe


Bronnen
Auteur onbekend /  Ferdinand Bordewijk (Amsterdam 1884 - Den Haag 1965) / 2 juni 2014
Auteur onbekend / F. Bordewijk / 2 juni 2014
Auteur onbekend / Interbellum definitie en betekenis / 2 juni 2014